Kapperszaak uit de jaren '30

Logo



 


  De kapperszaak uit de jaren '30 biedt een kijkje in de kleuterschool van een plattelandsberoep. In de steden waren er al sinds eind 19e eeuw kapperszaken. Op het platteland liet je tot de jaren '20 je haren nog in de keuken of de huiskamer van de kapper knippen. Maar toen deed de techniek ook hier zijn intrede.

Kam, schaar en handtondeuse werden aangevuld door een elektrische tondeuse, die door een elektromotor werd aangedreven. Dit apparaat maakte een aanzienlijk nettere coupe mogelijk, maar hij betekende ook een verlichting van de taak van de kapper. Het werk met de handtondeuse was namelijk uiterst vermoeiend en eentonig.

Bij de dames kwam het haarverven en de permanent in de mode. Tot dan toe droegen vrouwen hun lange haar bijeengebonden in een vlecht of in een knot, de zogenaamde dot. Nu kwam kort haar in de mode, in een pagekopje of met krullen. Het permanent-apparaat werkte op elektriciteit en ziet er in onze ogen behoorlijk spannend uit.

De meeste mannen lieten door de kapper niet alleen hun haren knippen maar ook hun baard bijwerken of scheren. Onder het wachten kon er gekaart, gerookt en bier gedronken worden. De kapper was dus ook een ontmoetingsplaats waar je de laatste nieuwtjes uitwisselde. De klanten kwamen echter altijd pas laat in de middag of tegen de avond. Overdag was iedereen op het land bezig. Daarom waren de meeste kappers ook in de gelegenheid om overdag als nevenverdienste een stukje land te bewerken.

Maar 's zaterdags voor de kermis en aan de vooravond van belangrijke kerkelijke feesten heerste er grote drukte bij de kapper. Dan werden er aan de lopende band baarden geschoren.